Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 12 februari 2018

Rekenkamer doet onderzoek naar veiligheid

21 december jl. heeft de rekenkamer het resultaat van een onderzoek gepubliceerd naar het veiligheidsbeleid van de gemeente Capelle aan den IJssel. Het doel was om te onderzoeken of de gemeente haar eigen doelstellingen op het gebied van veiligheid behaalt en in hoeverre het gemeentelijk beleid hieraan bijdraagt.

Het onderzoek geeft een beeld van een gemeente die steeds veiliger wordt. Zo is het aantal geregistreerde misdrijven in Capelle de afgelopen jaren consequent gedaald. Wat dat betreft ligt de gemeente op koers met deze doelstelling. Aan het veiligheidsbeleid blijkt echter nog genoeg te verbeteren. Uit het rapport blijkt dat op het gebied van veiligheidsbeleving de afgelopen jaren te weinig is gebeurd. Capelle blijft hierbij achter op de eigen ambities: Capellenaren zijn zich de afgelopen jaren niet veiliger gaan voelen.

Hoe komt het dat de veiligheidsbeleving niet is verbeterd?
Eigenlijk gaat het al fout bij het meten van de veiligheidsbeleving. Dit wordt gedaan d.m.v. één enquête vraag. Dat is te weinig om een betrouwbaar beeld te krijgen. In de uitwerking van het veiligheidsbeleid zelf is volgens de rekenkamer niet concreet genoeg omschreven hoe de gemeente de veiligheidsbeleving precies wil verbeteren. Het lijkt er op dat de gemeente hier nog geen grip op heeft en in een reactie op het rapport beaamt het college dit.

Inzet veiligheidsmaatregelen

Ook heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar vier specifieke veiligheidsmaatregelen. Dit zijn de Beke-groepsaanpak (waarbij speciale aandacht wordt gegeven aan groepen overlastgevende jongeren), handhaving, de stadsmariniers en cameratoezicht. Voor alle vier de maatregelen geldt dat een daadwerkelijk effect op veiligheid moeilijk te meten is. Dit is meestal om onderzoekstechnische redenen. De schaal van Capelse veiligheidsmaatregelen is vaak te klein om betrouwbare conclusies te trekken.

Daarom is er in het onderzoek inhoudelijk naar de maatregelen gekeken en hoe deze uitgevoerd worden. Dan is de conclusie over deze maatregelen over het algemeen gematigd positief. Wat betreft de inzet van stadsmariniers trekt de rekenkamer een duidelijke conclusie. Zij schrijft dat de wijze waarop deze in Capelle worden ingezet botst met de kernwaarden van een stadsmarinier. Dit is namelijk dat zij voor een kortere periode op een concreet probleem ingezet worden en veel ‘doorzettingsmacht’ hebben. Dit zou de stadsmarinier tot een instrument moeten maken dat ingezet wordt om met concrete oplossingen voor een concreet probleem te komen, waar zij dan ook op afgerekend kunnen worden. Ook zou een stadsmarinier buiten de reguliere gemeentelijke hulpverlening moeten kunnen opereren.

In Capelle zien we stadsmariniers eigenlijk in een heel andere rol. De inzet van stadsmariniers in bepaalde wijken of op bepaalde dossiers is bijna permanent geworden. Ook zijn de doelstellingen waarmee de stadsmariniers werken niet concreet en moeilijk meetbaar. Door deze permanente inzet lijkt de stadsmarinier in Capelle niet langer echt buiten de reguliere gemeentelijke hulpverlening te staan, maar daar steeds meer onderdeel van te worden. Doordat er geen duidelijk moment is waarop de stadsmarinier zijn taken weer overdraagt aan de reguliere veiligheidszorg verwatert het onderscheid tussen deze twee nog meer.

Reactie college

Het college geeft in een reactie aan dat de omstandigheden veranderd zijn en daarmee ook de kaders die een stadsmarinier meekrijgt. Tijdens commissie- en raadsvergaderingen licht de wethouder dit verder toe. Zij beaamt hier dat Capelle stadsmariniers op een andere manier inzet dan het beeld dat de rekenkamer schetst. Dit komt doordat in Capelle stadsmariniers niet direct onder het college vallen maar onderdeel zijn van de ambtelijke organisatie. In bijvoorbeeld Rotterdam vallen zij direct onder het college.

Coalitie en oppositie lijken wat dit betreft tegenover elkaar te staan. De partijen in de oppositie zien de stadsmarinier liever in een andere rol, waar deze voor kortere termijn ingezet wordt en afrekenbaar is. De coalitie wil uiteraard verder op de ingeslagen koers.

Wat D66 betreft wordt de stadsmarinier ingezet op een manier dat diens sterke punten het beste naar voren komen. Dat wil zeggen met doorzettingsmacht, los van de bureaucratie, met concrete opdrachten en concrete tijdslijnen. Ook wat betreft veiligheidsbeleving denken wij dat het beter kan. Dit is geen gemakkelijk dossier maar wel belangrijk. En ook wij zullen ons blijven inzetten om hier een succes van te maken.